Categorie archief: Uitgelicht

Coulance bij betalen pensioenpremies voor door coronacrisis getroffen bedrijven

Pensioenuitvoerders gaan ondernemers die door de coronacrisis in acute problemen komen of zijn gekomen zoveel mogelijk tegemoet komen als deze problemen ervaren bij het betalen van de pensioenpremies. Dat hebben de Stichting van de Arbeid en de koepels van pensioenuitvoerders, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars, afgesproken.
Zie verder bij
https://www.vno-ncw.nl/nieuws/coulance-bij-betalen-pensioenpremies-voor-door-coronacrisis-getroffen-bedrijven

NOW vervangt WTV: informatie voor werkgevers

De tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) vervangt Werktijdverkorting (WTV) per onmiddellijk. Informatie voor werkgevers over de NOW (voor zover bekend).

Het kabinet heeft op 17 maart 2020 het noodpakket banen en economie gepresenteerd. Het pakket bevat extra maatregelen die werknemers, zzp’ers en bedrijven in staat moeten stellen om de moeilijke periode wegens de uitbraak van het coronavirus te overbruggen. Onderdeel van het pakket is de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW). Deze vervangt met onmiddellijke ingang de beleidsregels ontheffing verbod op werktijdverkorting (WTV). Vanwege het enorme beroep dat bedrijven op de WTV wilden doen, bleek deze regeling niet meer uitvoerbaar.
Anders dan de WTV gaat de NOW niet uit van werkverlies (in uren), maar van omzetverlies. Bij een verwacht omzetverlies van ten minste 20% ontvangt de werkgever een tegemoetkoming in de loonkosten van maximaal 90%. De regeling geldt voor omzetdalingen vanaf 1 maart 2020.

Actuele informatie over de invloed van het coronavirus op het werk is door AWVN gebundeld op een speciale coronapagina (https://www.awvn.nl/topics/coronavirus-werkgevers/)

De tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud moet nog verder worden uitgewerkt en het is nu nog niet mogelijk om daar een beroep op te doen. Bedoeling is om de NOW zo snel mogelijk open te stellen, waarbij aanvragers een voorschot van de tegemoetkoming ontvangen, met een correctie achteraf op basis van het daadwerkelijke omzetverlies.

Op basis van de op dit moment beschikbare informatie lijkt de NOW, meer dan de WTV, werkgevers te kunnen ondersteunen in hun strijd tegen de gevolgen van de crisis. De nieuwe regeling lijkt in ieder geval een stuk makkelijker uitvoerbaar. VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN hebben veel waardering voor de daadkracht die het kabinet met het noodpakket toont.

Hieronder volgt de informatie over de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) zoals op dit moment bekend. Zodra er meer bekend is, zullen wij hierover uiteraard berichten. De hieronder opgenomen informatie zal steeds worden aangepast op grond van nieuwe gegevens. Deze versie is van 18 maart 2020.

  • WTV stopt onmiddellijk
    De WTV wordt per onmiddellijk opgeschort. Nieuwe aanvragen zijn niet meer mogelijk, en reeds ingediende aanvragen worden beschouwd als aanvragen voor de NOW. Wel zal aanvullende informatie worden opgevraagd.
    Alleen ontheffingen die al verleend zijn, blijven van kracht voor de eerste periode van zes weken. Daarna kan een beroep worden gedaan op de NOW. Hoe dit precies werkt is nog niet bekend.
  • Omzetverlies in plaats van urenverlies
    Anders dan de WTV gaat de NOW uit van omzetverlies: bij een verwacht omzetverlies van ten minste 20% kan bij UWV een tegemoetkoming in de totale loonkosten worden aangevraagd van maximaal 90%. Hoe het omzetverlies moet worden gemeten, en wat er precies onder loonkosten moet worden verstaan – vallen bijvoorbeeld ook de pensioenpremie en vakantiegeld daaronder? – is nog niet bekend.
    Wel is bekend dat gaat om de loonsom van zowel vaste werknemers als werknemers met een flexibel contract (onder wie ook oproepkrachten). Ook uitzendbureaus kunnen voor de bij hen in dienst zijnde uitzendkrachten een beroep op de regeling doen. Het kabinet vraagt om werknemers met flexibele contracten zoveel mogelijk in dienst te houden voor de uren die zij werkten.
    De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling. De volgende voorbeelden zijn gegeven:
    • als 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom
    • als 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom
    • als 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom.
  • De duur van de tegemoetkoming
    De regeling geldt voor omzetdalingen vanaf 1 maart 2020. De aanvraag geldt voor een periode van drie maanden, die eenmalig verlengd kan worden met nog eens drie maanden. Aan de verlenging kunnen nadere voorwaarden worden gesteld.
  • De procedure (voor zover bekend)
    Het UWV verstrekt op basis van de aanvraag een voorschot van in elk geval 80% van het aangevraagde bedrag. Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke omzetverlies is geweest. Voor grote aanvragen is hierbij een accountantsverklaring vereist. Wanner er sprake is van een grote aanvraag moet nog worden vastgesteld. Bij de definitieve vaststelling vindt ook een correctie plaats bij een daling van de loonsom.
    De definitieve tegemoetkoming wordt dus achteraf vastgesteld. Daarbij kan sprake zijn van een nabetaling of terugvordering.
  • De positie van de werknemers
    De werkgever committeert zich vooraf dat er tijdens de periode van de tegemoetkoming (maximaal 2 x drie maanden) geen ontslagen zullen plaatsvinden om bedrijfseconomische redenen. De werknemers ontvangen tijdens deze periode hun volledige salaris. Anders dan bij de WTV mogen de werknemers ook gewoon hun werk blijven doen (natuurlijk voor zover mogelijk in verband met het coronavirus).
    Anders dan bij de WTV wordt ook geen beroep gedaan op de WW – de regeling staat hier volledig los van. Er worden dus ook geen WW-rechten opgesoupeerd. Werknemers hoeven ook geen aanvragen te doen of te ondersteunen.
  • Wanneer wordt de regeling opengesteld?
    Het ministerie van SZW en het UWV werken op dit moment met grote inzet om op korte termijn tot een werkbare tegemoetkomingsregeling te komen. UWV staat voor de buitengewone taak om op korte termijn een uitvoerbare regeling open te stellen. Het kabinet heeft dan ook grote waardering voor de wijze waarop UWV deze taak oppakt. Zodra bekend is vanaf welke datum aanvragen bij UWV kunnen worden ingediend, wordt hier onmiddellijk breed bekendheid aan gegeven.
  • Ook versoepeling bij de WW-premiedifferentiatie
    De premiedifferentiatie tussen vaste en flexibele contracten die met de Wab is ingevoerd wordt op een aantal punten tijdelijk versoepeld.
    Door het coronavirus kan de bepaling dat werkgevers met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt tot onbedoelde effecten leiden in sectoren waar door het coronavirus veel extra overwerk nodig is (bijvoorbeeld de zorg). Om die reden is besloten deze regeling aan te passen om deze onbedoelde effecten weg te nemen. De minister van SZW zal deze aanpassing, die voor kalenderjaar 2020 zal gelden, zo spoedig mogelijk uitwerken.
    Om te voldoen aan het schriftelijkheidsvereiste voor contracten voor onbepaalde tijd was voor oude contracten een coulanceperiode ingelast tot 1 april aanstaande. Omdat het de komende weken niet voor alle werkgevers praktisch mogelijk zal zijn om aan het vereiste te voldoen, wordt deze periode verlengd tot 1 juli 2020. Uiterlijk op 30 juni moet dus door een schriftelijke door beide partijen ondertekende arbeidsovereenkomst, addendum, digitale handtekening of instemming van de werknemer via de e-mail of in een HR-systeem kunnen worden aangetoond dat er sprake is van een vaste arbeidsovereenkomst.
  • Ook extra tijdelijke ondersteuning voor zzp’ers
    Zelfstandigen derven door het coronavirus in veel gevallen inkomsten. Het kabinet wil ook zelfstandigen ondersteunen zodat zij daarna hun bedrijf kunnen voortzetten, en komt daarom met een tijdelijke voorziening voor drie maanden die zo snel mogelijk ingaat. Zelfstandige ondernemers met financiële problemen kunnen een beroep doen op deze voorziening, die uitgevoerd wordt door gemeenten.
    Ondersteuning kan worden aangevraagd in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of voor bedrijfskapitaal. De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen voor een periode van maximaal 3 maanden aan tot het sociaal minimum (afhankelijk van inkomen huishoudsamenstelling maximaal € 1.500 per maand). Hierbij geldt geen terugbetalingsverplichting en is er ook geen sprake van een vermogens- of partnertoets.
    Op een lening voor bedrijfskapitaal kan tot maximaal € 10.157 een beroep worden gedaan om liquiditeitsproblemen op te lossen.
    Het kabinet doet wel de oproep aan zelfstandige ondernemers om slechts gebruik te maken van de regeling als dat nodig is.

Informatie over de maatregelen tegen de coronacrisis

De maatregelen als gevolg van de Coronauitbraak in Nederland volgen elkaar in snel tempo op. Veel bedrijven maken zich zorgen. De gevolgen zijn immers groot. Ook zullen de economische effecten nog lang na-ijlen.
Op de site van VNO-NCW (https://www.vno-ncw.nl/corona) vindt u een overzicht met algemene informatie, gericht op ondernemers. Dit overzicht wordt geregeld geactualiseerd.
Hier vindt u ook links naar informatie van het RIVM en de Rijksoverheid.

Crisisnummer voor ondernemers
VNO-NCW, MKB-Nederland en PZO-ZZP hebben samen met de Kamer van Koophandel een coronaloket (https://www.kvk.nl/coronaloket) geopend voor ondernemers met vragen. Bij dit loket vindt u informatie die kan helpen bij vragen over welke regelingen er bestaan, hoe te handelen in bepaalde gevallen en wat aanbevolen is om nu te doen.
Het loket is ook telefonisch te bereiken via tel. 0800-2117 (op werkdagen tussen 08.30 en 17.00 uur). Let op: het is erg druk aan de telefoon.

Landelijk crisisnummer
Er is ook een landelijk crisisnummer voor alle vragen over het coronavirus: tel. 0800-1351.
Dit nummer is dagelijks bereikbaar tussen 08:00 en 20:00.
Vanuit het buitenland kan gebeld worden met 0031-20 205 1351.

Premiepercentages en rekenregels per 1 januari 2018

Voor het jaar 2018 zijn de premiepercentages voor de verschillende cao-fondsen vastgesteld. De premies zijn gebaseerd op de cao voor het Uitgeverijbedrijf en gelden per 1 januari 2018.
Ook zijn de rekenregels per 1 januari 2018 bekend. In deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon, de sociale premies, belastingtarieven en heffingskortingen per 1 januari 2018 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau.

Ledenbrief WU Premies 2018
Bijlage+Rekenregels+januari+2018
RR+jan+2018+bijlage+II.1-II.3-2
RR+jan+2018+bijlage+II.4-II.6-2

Premiepercentages
per 1 januari 2017

Voor het jaar 2017 zijn de premiepercentages voor de verschillende cao fondsen vastgesteld. De premies zijn gebaseerd op de CAO voor het Uitgeverijbedrijf en gelden per 1 januari 2017. Ook zijn de rekenregels per 1 januari 2017 bekend. In deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon, de sociale premies, belastingtarieven en heffingskortingen per 1 januari 2017 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau.

Premiepercentages
per 1 januari 2016

Voor het jaar 2016 zijn de premiepercentages voor de verschillende cao fondsen vastgesteld. Aangezien in september 2015 door cao partijen overeenstemming is bereikt over de cao voor het Uitgeverijbedrijf (cao UB) 2015-2017 zijn fondsbenamingen, waar nodig, aangepast.

Voor het overzicht met de premies sociale verzekeringen per 1 januari 2016 verwijzen wij naar de publicatie van de Staatscourant.

Bundel ‘De cao van de 21ste eeuw’

De CAO voor het Uitgeverijbedrijf, het resultaat van de inspanningen van sociale partners in de sector Uitgeverijbedrijf, is in 2015 bereikt vanuit de overtuiging dat de arbeidsvoorwaarden en –verhoudingen in de 21ste eeuw meer moeten zijn toegerust op flexibiliteit en maatwerk voor zowel werkgever als werknemer.

Het besef dat de klassieke inrichting van de cao aan vernieuwing toe is, leeft ook bij andere bedrijfstakken en bij grote ondernemingen. AWVN heeft in het najaar van 2015 een bundel gepubliceerd waarin de wording van de ‘cao van de 21ste eeuw’ in een tiental succesverhalen is beschreven.

U kunt deze bundel, waarvan ook het verhaal van de wording van de CAO voor het Uitgeverijbedrijf deel uitmaakt, hier downloaden.

Bron: Uitgeverijbedrijf.nl

Formeel akkoord CAO voor het Uitgeverijbedrijf (CAO-UB)

Per 8 september 2015 is formeel akkoord bereikt over de CAO voor het Uitgeverijbedrijf 2015-2017. Alle bij deze cao betrokken partijen (Werkgeversvereniging Uitgeverijbedrijf, FNV-KIEM, CNV Dienstenbond, De Unie en de Nederlandse Vereniging van Journalisten) hebben op 8 september hun goedkeuringprocedures over het onderhandelingsresultaat d.d. 6 juli 2015 met een positief resultaat afgerond. Dat betekent dat de ‘CAO voor het Uitgeverijbedrijf’ nu formeel tot stand is gekomen.

De CAO voor het Uitgeverijbedrijf is de rechtsopvolger van de zes cao’s die tot en met 31 december 2014 in de sector Uitgeverijbedrijf van kracht waren. De doelgroepen uit de vroegere cao’s zijn in deze cao benoemd als functiegroepen. Belangrijke winst is de flexibiliteit voor zowel de onderneming als voor de werknemer, om de arbeidsvoorwaarden naar wens in te richten.

Basisregeling
De cao biedt een arbeidsvoorwaardenpakket dat binnen ondernemingen als een basisregeling kan worden toegepast. Voor de onderneming bestaat ook de mogelijkheid om op veel onderwerpen van de cao af te wijken en eigen afspraken te maken. Afhankelijk van het onderwerp vindt in het voorkomende geval overleg plaats met de vakorganisaties, met de medezeggenschap  of met de individuele werknemer.

Basisbepalingen en specifieke functiegroepbepalingen
De arbeidsvoorwaarden in de cao zijn verdeeld over basisbepalingen, die gelden voor alle werknemers die onder de cao vallen, en functiegroepbepalingen, die alleen betrekking hebben op de werknemers die onder een bepaalde functiegroep vallen. De functiegroepbepalingen gelden in aanvulling op de basisbepalingen, maar soms ook in afwijking van de basisbepalingen.

Persoonlijk keuzebudget (PKB)
Voor de werknemer bestaat er met ingang van 1 januari 2016 een persoonlijk keuzebudget. Dat betekent dat een aantal arbeidsvoorwaarden in geld is vertaald en vervolgens in een persoonlijk budget terecht is gekomen. De werknemer heeft de mogelijkheid om daarmee eigen keuzes te maken. Het bedrag van het persoonlijk keuzebudget kan ook jaarlijks worden uitgekeerd.

Eén cao in twee delen: Deel I Algemeen en Deel II Journalistiek
De CAO voor het Uitgeverijbedrijf is één cao, maar op de website www.uitgeverijbedrijf.nl wordt de cao echter in twee verschijningsvormen getoond:

  • Deel I Algemeen toont alleen de bepalingen die betrekking hebben op de werknemers die geen journalist zijn.
  • Deel II Journalistiek toont alleen de bepalingen die betrekking hebben op de werknemers die journalist zijn.

Wie de website bezoekt dient voorafgaand een keuze te maken tussen ‘Deel I Algemeen’ en ‘Deel II Journalistiek’.